Opvoeding

Hoe Netflix mij laat koken: opmerkelijke ontdekkingen

Een veldonderzoek van vrij ruime opzet brengt verborgen medestanders aan het licht... ik ben niet alleen!

 

Geen idee hoe het met jou zit. Maar wat was ik blij dat we de Bumba-fase uit waren. Hoe vaak we thuis wel niet tegen elkaar daar zinnetjes uit kopieerden… ‘Nonnie, nonnie Rens’ of als je het avondeten op tafel zet: ‘Is het een bal? Neeeee!’ (hard hoofdschuddend net als het kinderpubliek in Bumba met puntmuts op, waardoor ik toch altijd weer twijfelde of ik niet naar Kabouter Plop zat te kijken). ‘Is het een appel? Neeeee!’ En dan doorgaan: ‘Is het patat? Neeee!' 'Is het lasagne? Jaaaaaa’. En dan de lasagne op tafel neerkwakken.

Dankbaar kwamen we de Bumba-fase uit. Tot onze schrik, kwamen toen de ontelbare mogelijkheden van Netflix en Youtube om de hoek zetten. De stemmen die onze woonkamer binnenkwamen waren tien keer erger dan de Bumba-geluiden. Het gegiechel van Peppa Pig, de slechte ‘articulasie’ van George (broertje van Peppa red.), de piepstem van Tip de Muis, andere gekkedierenstemmetjes, de zoete introdeuntjes, de oneindige: ‘Oh jeetje/sjonge/nouzeg/getsiederries/es effe kijke Buurman’ of de nog wel stoere muziekjes van Pieter Konijn of Paw Patrol. Ik kan het zo langzamerhand niet meer horen. Vol goede moed starten we dan Youtube op om te kijken of er nu misschien wél een volledige aflevering opstaat van Brandweerman Sam. We beginnen eraan, maar die filmpjes stoppen vijf min voor het einde, kennen geen duidelijk begin en eind, lopen in elkaar over of hebben dertig reclamepauzes binnen 10 minuten. Hierdoor voed ik mijn kinderen op met onlogische en incomplete verhaallijnen, leren zij niet omgaan met chronologie noch met oorzaak-gevolg relaties. Dat doet mij van binnen wel koken, want het wordt hen onmogelijk gemaakt om de onderlinge verbanden tussen gebeurtenissen in een filmpje nog te leggen. (‘Hoezo was er net nog brand en blust Sam die niet, mama?’ ‘Waarom zit Sam nu weer op een boot in plaats van op de brandweerwagen waar ze net nog opreden? Blussen ze die andere brand (uit het andere halve filmpje) dat niet mama?’) Straks werk ik nog een gering geloof in de goedheid van brandweermannen, of nee laat ik nog verder overdrijven, de hele mensheid! in de hand. 

En ik kan nu de letters gebruiken om uit te leggen dat mijn jongens écht wel heel vaak buiten spelen, met takken en ballen in de weer zijn, laatst vroegen om een aansteker om het hout wat ze bij elkaar hadden gescharreld uit de struiken aan te steken (serieus), skelter rijden (en de grens overtreden door een groter rondje te rijden dan mag (dat is dus straatarrest) en hun neuzen echt wel fris genoeg zijn… Maar waarom zou ik dat opschrijven? Schaamte dat ze voor de buis zitten? Laten zien dat ik onze kids heus wel opvoed met buiten zijn? Maar goed, soms als ik toe ben aan wat rust of echt moet koken, dan zijn de filmpjes gewoon zo makkelijk…

Het begon een beetje te knagen op het verjaardagsfeestje van onze oudste twee jaar terug (zie hier). Dat gevoel van: ‘Wat denken die andere ouders wel niet?’ Maar de genodigde verjaardagsgastjes waren uitgeput van het feestje, dus deden we een Netflixje. Of moet ik zeggen een net fixje, want het is best een ‘nette oplossing’ om vermoeide kinderen niet nóg verder te overprikkelen.. Maar goed de eerste ouders kwamen hun kroost ophalen en ik hoor mezelf tegen ze zeggen na de gebruikelijke entrée-zinnen: ‘Ja ze waren zo moe, haha, we hebben ze maar even voor een filmpje gezet.’ Gutte gut. Rens voelt blijkbaar de neiging haar keuzes te verdedigen…

Deze ontdekking bij mezelf leidde tot een veldonderzoek van vrije opzet en zonder goede informatievoorziening aan de participanten  (ik erken: ik sta niet in voor het wetenschappelijk gehalte hiervan). Maar tot mijn grote opluchting, ontdekte ik in deze periode verborgen medestanders. Niet heel openlijk, maar in kleine opmerkingen bij anderen hoorde ik, gnagna, ineens dat ik niet alleen stond. Wanneer ik bijv. onze kinderen oppik bij andere ouders na een speelafspraak en het scherm staat aan voor een game of filmpje, klinkt het:

  • ‘Hé hoi! Ze zitten nèt eventjes…’ (Met nadruk op het woordje 'nét'... Zeg ik zelf ook heel vaak).
  • ‘Ze hebben zo hard gespeeld, waren zo moe.’ (Zwaar herkenbaar).
  • ‘Ze kijken pas net televisie.’ (Idem).
  • ‘Slecht hè, ik heb ze maar even voor een filmpje gezet na zo’n middag.’ (Dit is de wat meer openlijke variant: zo’n intro met: ‘Slecht/Niet goed van me/Tsja alweer voor de buis.. etc.’)
  • ‘Ja meestal doe ik dit niet hoor, maar nu vonden ze het allebei even zo fijn om te zitten/liggen etc.’ (De verontschuldigende ‘ik-doe-dit-heus-niet-altijd-zo' variant).

Herken jij iets van deze observaties? Afijn, aan voorgaande uitspraken kunnen allerlei verklaringen ten grondslag liggen. Een kleine greep uit de categorie van mogelijkheden die wat minder positief op mij als opvoeder zou afstralen: het kan betekenen dat ik ze altijd nét te laat ophaal. Dus, dat ik chronisch te laat van huis vertrek en ik de kinderen gewoon nét ophaal als ze in standje ‘bankhangen’ terecht zijn gekomen. Of erger: ons nageslacht is bij anderen zo bovenmatig druk en lastig dat andere opvoeders van klasgenootjes geen land met ze te bezeilen weten. Zo erg, dat zij het scherm als enige uitweg en hoop zien. Of nóg dramatischer: mijn kind heeft al het andere entertainment in het huis van het vriendje resoluut de deur gewezen en zegt brutaal enkel en alleen Mario-Kart te willen spelen. Help… zou dat zo zijn? Ik houd mijn hart vast… 

Maar waarschijnlijk is het soms gewoon makkelijk, een nette fix. 

En als ik zelf de handen even vrij wil hebben om te koken, dan is het toch wel echt een uitkomst. Maar ahh! Dat zeurende interne stemmetje dat dan klinkt:  ‘Nou zet ik ze er alwéér achter.' En dat er dan ongeveer zo’n innerlijke discussie ontstaat:

Ik: ‘Ja, ik kan ze wel laten spelen nu, maar dan ligt straks de hele woonkamer bezaaid met Lego/Duplo/Auto’s/riddertenu's/nu-ook-poppen (doorstrepen naar keuze). (Ik streep niets door want bij ons is het één ontploffing van alle voorgaande opties door elkaar).
Knaag-stem: ‘Ja én? Dan laat je het ze toch zelf opruimen?’
Ik: ‘Weet je hoelang ze daarvoor nodig hebben? Tegen de tijd dat ze daar dan mee klaar zijn, is de spaghetti alweer koud.’
Knaagstem: ‘Dan waarschuw je ze eerder en 10 minuten voor je het eten klaar hebt, laat je ze dan netjes alles opruimen. En trouwens, je had ook vanmorgen al kunnen koken, dan had je nu een spelletje met ze kunnen doen…’
Ik (kokend van op mezelf gerichte woede): 'AAAHHH!!'

Naar die aanklagende stem probeer ik maar niet teveel te luisteren. Misschien moet ik Netflix voortaan wat harder zetten, dan richt ik me wat meer op de stemmetjes van de filmpjes: ‘Hihihi modderpoelen.’ ‘Dinosaulus.’ ‘Nou buurman’. Hopelijk let ik dan wat minder op dat irritant knagende stemmetje, die mij van binnen aan het koken brengt. En dan kan ik oefenen om díe knagende stem niet in subtiele uitingen naar buiten te brengen als andere ouders hun kinderen bij ons ophalen. Dan oefen ik gewoon om er niets meer over te zeggen. Dan is dat ‘knagende-stemmetje’-probleem hopelijk ook weer netjes gefixed. Kan ik eindelijk straks gewoon weer rustig het avondeten koken…

Nieuwsbrief

Meer inspiratie, mooie momenten van oplichting, ideeën om zelf of anderen wat op te lichten, jezelf lichter te voelen of even stil te staan? Schrijf je in!

Galerij

Video

Rens licht op is een verzamelplaats voor bijzondere, verrassende, kostbare, ontroerende en stilzettende momenten van mij én jullie om elkaar te raken en inspireren met wat er toe doet.

© 2018 Rens Licht Op

Je hebt toestemming om teksten te kopieren of af te drukken voor eigen gebruik en informatieve doelen. Neem dan wel even een vermelding naar deze website op. Verveelvoudiging, distributie, commercialisatie of exploitatie door derden mag niet zonder mijn expliciete toestemming. Neem contact op met Rens via social media of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.