Oplichters

Wat mooi weer!

Met een luide gil word ik door de oudste weggeroepen uit de warme zonnestralen....

Het is mooi weer. Met mijn blije hoofd stel ik voor om naar de kinderboerderij te gaan. De jongens stuiteren van enthousiasme door het huis. Als iedereen in de auto zit en ik netjes aan alles gedacht heb (sjaal: check, luiertas: check, eten voor de jongens: check), rijden we weg. We bekijken alle schattige diertjes en leven ons uit op de speeltoestellen. Ook de baby kraait van plezier op de schommel. Na al dat intensieve spelen, plof ik neer op een bankje en geniet van een restje zon. Om me heen lopen veel harde werkers. Er werken hier veel mensen met een verstandelijke beperking, die dag aan dag kooien poetsen, het speelplein vegen en de dieren voeren.
En dan ineens… ‘MAMAAAA!!!!'
Verwilderd kijk ik om me heen, abrupt opgeschrikt uit mijn gemijmer in de warme zon. De oudste rent op me af en vertelt op paniekerige toon dat de middelste niet meer van de WC af durft. Ik snelwandel door het restaurantje naar de WC’s. Daar zit onze middelste. Ik wil hem helpen, maar hij antwoordt kalm: 'Ik ben nog niet klaar'... Of ik dat moet geloven of dat hij er inderdaad niet af durfde? Ik grinnik van binnen, was dat het harde om hulp roepen van zijn zorgzame broer waard? 

En dan zie ik vanuit mijn ooghoeken een oude bekende. Hij is iets langer dan ik (al is dat niet zo moeilijk ;)), eind 20 en hij is druk in de weer met klusjes. We raken aan de praat en hier bij de WC's ontmoet ik eerlijkheid.  

‘Hé hoi,’ zeg ik. Ik ken hem nog uit mijn vroegere werk, lang geleden.
‘Hé!’ zegt hij met wat vermoeid enthousiasme.
Hij staat even stil en kijkt me aan. We herkennen elkaar nog wel.
‘Mooi weer hè!’ 
‘Zeker mooi weer!’ antwoord ik. ‘Hoe is het?’
Hij beweegt wat heen en weer, oogt wat onrustig. Maar dan gebeurt het. Hij kijkt me niet echt aan, maar alles komt eruit. .
‘Nou eh, niet zo goed eigenlijk!’
‘Oh joh, wat dan?’ 
‘Ik word vaak snel boos de laatste tijd! Dat is niet zo goed. Dan heb ik ruzie met iedereen!! Dat vind ik helemaal niet fijn…’ BAM, recht voor z'n raap. 

We praten wat door over zijn situatie. Ik luister, maar blijf ook ergens hangen… In gedachten spoel ik het bandje terug. Onomwonden geeft hij antwoord op mijn vraag ‘Hoe is het?’
Zijn antwoord is zonder poeha, geen verhullende tierelantijntjes of verborgen agenda. Het is klip en klaar wat hij bedoelt en hij blijft niet veilig aan de oppervlakte hangen. Hij kijkt niet eerst of ik wel te vertrouwen ben. Hij staat niet eerst stil bij de gedachte welk beeld van zichzelf hij bij een ander hoog wil houden. Hij geeft écht antwoord. Zijn reactie is geenszins beperkt. Hoe vaak hoor ik deze vraag wel niet? En hoe vaak geef en hoor ik zelf nog een eerlijk antwoord op de vraag hoe het is? Of hoor of geef ik nog een ander antwoord dan 'druk'? Want misschien geef ik soms wél een oppervlakkig antwoord met tierelantijntjes, poeha of denk ik wel na over welk beeld ik van mezelf wil geven. Zijn we dan nog dichtbij wie we zijn? Hoe vaak zijn niet juist míjn antwoorden beperkt? 

Even word ik stilgezet. Het wordt hier op deze mooie dag op de kinderboerderij nóg wat mooier weer. Misschien is het mooi weer als we soms net als deze jonge man eerlijkheid het laten winnen van het mooie weer. Misschien is het pas écht mooi weer, als we geen mooi weer meer (hoeven te) spelen.

Het moment dwingt me even deze dag opnieuw te bekijken en geen mooi weer te spelen. Oké hier gaat ‘ie dan:

‘Het is mooi weer. Met mijn blije hoofd stel ik voor om naar de kinderboerderij te gaan. De jongens stuiteren van enthousiasme door het huis. Een uur later heb ik iedereen ein-de-lijk in de auto gehesen. Want de baby moet eerst nog haar fruit. Lees: de helft zit in haar haartjes of op haar roze shirtje. En hé eigenlijk ben ik soms minder flexibel dan ik wil en vind ik het irritant dat ik met billendoekjes de restjes kiwi uit de paar haartjes schraap. En ohja, de jongens zitten ook nog steeds in hun pyjama. Het duurt een tijd voordat ze weer opgeknapt beneden zijn… Tandenpoetsen vergeten, hup ik stuur ze weer naar boven. Intussen heeft de baby beide (ja ik gebruik er tegenwoordig al twee) vorkjes behendig op het grondoppervlak gemikt en haar grijpgrage handjes graaien in het fruit. Jongens zijn weer beneden en dan ontstaat het gebruikelijke gedoe over laarzen of schoenen. Ik zeg ‘schoenen’ want het is ‘mooi weer’. Hij zegt laarzen want dat is het makkelijkst en geen gezeur met veters, klittenband of ritsjes. Ik houd vast aan de schoenen en hij schikt. Terwijl ik sjalen vastmaak, probeer ik ook de onmogelijke schoenen aan de babyvoetjes vast te hangen. Uiteindelijk loopt iedereen in de zonnestralen naar de auto. Ik geef toe: ik ben niet geheel stressvrij. Op de weg van voordeur naar autodeur, die soms zolang lijkt te duren alsof ze de 10 KM Avondvierdaagse lopen, laten de sjalen los. We knopen tussendoor met één hand (want: baby op de andere arm) de sjaals weer soepel om de mannelijke kleuternekjes… Ik check of ze allebei naar de wc geweest zijn, nee de één niet. Help... Snel gooi ik de luiertas nog achterin, want één keer zat ik zonder vlak voor dat ik de weekboodschappen moest halen: ik adviseer het je niet. En ohja, natuurlijk heb ik niet aan alles gedacht… Ik ren weer terug het huis in voor een koekje voor de jongens en mik die achterin naast de luiers. Pfff, denk ik als het spul goed en wel in de auto zit, voor mij zit er al een hele werkdag op. De klok denkt daar helaas anders over. Eenmaal op de kinderboerderij zijn de diertjes het minst interessant van het hele uitje. Na vijf minuten met de baby op de schommel word ik misselijk (ik kan niet tegen schommelen) en dan weet ik niet waar ik heen moet met de baby in de speeltuin. De harde grond is koud, de zandbak is één groot etensbord en in de buggy krijst ze alles bij elkaar… Als we dit allemaal overleefd hebben, zit ik ein-de-lijk op een bankje wat zonnestralen op te vangen. Hier was ik even aan toe, wat goed van mezelf dat ik even ben gaan zitt… ‘MAMA HIJ ZIT OP DE WC!!!’ Abrupt wordt mijn compliment aan mezelf verstoord en word ik weggeroepen naar de WC. Maar we staan lachend op, zoals vrouwen dat misschien vaker doen, zeggen rustig: 'Ik kom eraan!', terwijl de binnenkant roept: 'Ik zat nèt! Niet nu!'

Het moment wat ervoor terugkwam, was zijn gillen wel waard. Iemand die niet uitgaat van eventuele minder goede bedoelingen bij anderen, die oprecht antwoordt en dan ook nog met iets waar hij écht moeite mee heeft. Ik dacht dat ik mezelf even stil zette op het bankje daar in die zon. Maar hij zette mij even echt stil. Stil bij eerlijkheid.
Zucht… wat mooi weer.

Nieuwsbrief

Meer inspiratie, mooie momenten van oplichting, ideeën om zelf of anderen wat op te lichten, jezelf lichter te voelen of even stil te staan? Schrijf je in!

Galerij

Video

Rens licht op is een verzamelplaats voor bijzondere, verrassende, kostbare, ontroerende en stilzettende momenten van mij én jullie om elkaar te raken en inspireren met wat er toe doet.

© 2018 Rens Licht Op

Je hebt toestemming om teksten te kopieren of af te drukken voor eigen gebruik en informatieve doelen. Neem dan wel even een vermelding naar deze website op. Verveelvoudiging, distributie, commercialisatie of exploitatie door derden mag niet zonder mijn expliciete toestemming. Neem contact op met Rens via social media of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.